It’s my life

Op 29 februari ging een politiek debat door onder de noemer “It’s my life”, een studenteninitiatief. In het panel Wouter De Vriendt (Groen), Jo Libeer (Voka), Peter Dedecker (N-VA) enerzijds; Thomas Decreus (SHAME), Vic Van Kerrebroeck (LBC-NVK) en Mike De Herdt (ABVV-Jongeren) als “vertegenwoordigers van de jonge mensen” anderzijds.

Aan het eigenlijke debat met het publiek als toehoorder (vragen konden weliswaar achteraf gesteld worden), gingen twee groepsdiscussies vooraf, in mijn kamp over de rol en toestand van de vakbond. Ik wierp in de groep onder meer de vraag wie de vakbonden eigenlijk nog denken te vertegenwoordigen, zichzelf of hun (tanende) achterban, alluderend op de woedende reactie van de onderwijsvakbonden op het afschaffen van TBS; terwijl dit er enerzijds sowieso zat aan te komen en anderzijds de maatregel (misschien niet de manier waarop) wel degelijk breed wordt gedragen. Tijdens de groepsdiscussies bleek al gauw een duidelijke tweespalt tussen een anti- en pro-vakbondsvisie; terzelfdertijd leek er niettemin enige eenstemmigheid te bestaan rond het feit dat de vakbonden het stakingsrecht kwakkelig en schandelijk misbruiken en er maar niet in slagen met een creatief en constructief alternatief op de proppen te komen.

In het hierop volgende hoofddebat met eerstgenoemde tenoren is me vooral de verstandige praat die Jo Libeer te berde bracht opgevallen:

Willen we welvaart dan zullen meer dan ooit moeten inzetten op bedrijven.

Bijgetreden door de andere panelleden. Ware het niet dat de jongeren een ander medicijn voor de huidige economische en – volgens hen – sociale malaise hadden.

Ik onthoud een vrij algemene concensus over:

  • bedrijven als spil van de welvaart;
  • langer werken maar geen leeftijdsgebonden pensioenregeling;
  • door het verdwijnen van de middenklasse ontstaat er o.a. nog grotere ongelijkheid en dat is problematisch zowel voor de burger als voor ondernemingen;
  • hervormen van de fiscaliteit (vereenvoudiging) is broodnodig;
  • vakbonden moeten zich heruitvinden: moderniseren en inspelen op trends zoals individualisme dat de overhand neemt op collectivisme.

En last but not least: suggestie van Voka voor een lagere (circa 21 à 22%), vlakke belastingvoet voor alle (!) ondernemingen. Dat er hieromtrent concensus heerstte is wellicht veel gezegd maar ik heb ook geen waardig bezwaar gehoord tegen dit voorstel van Jo Libeer.

Maar wat ik frappant vond – eufemistisch uitgedrukt – zijn de uitlatingen van Thomas Decreus. Hij opperde, als zelfverklaard filosoof, letterlijk:

Kijk, met mijn job aan de unief krijg ik maar een contractje van 3 jaar, prettig hoor. En later misschien een contractje van 4 jaar, maar ja, dan moet ik hoogstwaarschijnlijk naar het buitenland en dit met m’n gezinsleven combineren, dat is onmogelijk. Prettig hoor. O ja, en ik kan telewerken, thuis, maar dan moet ik e-mails beantwoorden van 7 tot 23u, prettig hoor.

Is dit tegenwoordig de mentaliteit van de jongeren?

Mijn perceptie tijdens het debat was dat er bij de jongerenvertegenwoordigers een wrang paradoxaal sentiment leefde: enerzijds een schreeuw naar een aangenamer leven, welzijn en een billijker verdeling van de rijkdom. Maar anderzijds en terzelfdertijd mag het allemaal niet te lastig worden, mogen er eigenlijk niet te veel “rijken” zijn en mogen vooral de ondernemers en ondernemingen (van wie men impliciet en expliciet toegeeft broodnodig te zijn) niet te veel eisen en, vooral, liefst veel meer belastingen betalen dan nodig.

Moge ik ongelijk hebben.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.